Eline Delrue schrijft

Portretten en levensverhalen

‘We hebben ons al vaak afgevraagd: wat is er eigenlijk erger, voortdurend oorlog of hier leven zonder vrijheid?’

leave a comment »


Uit de ‘oude doos’: Het verhaal van een Iraaks asielzoekersgezin in Nederland. Putje winter of hartje zomer, de onwetendheid knaagt.

Pewan is een Iraakse jongen van negen. ‘Hij die de anderen overal naartoe volgt’, betekent zijn Koerdische naam. En dat dekt meteen zijn prille levensverhaal. Op 8 januari 2002 vluchtte hij – op teken van zijn vader – samen met zijn moeder, vier zussen en twee broers naar Nederland. Papa Adel zelf leefde er intussen al twee jaar in een asielcentrum en had na één jaar een verblijfsvergunning op zak. De rest van Pewans gezin wacht tot op vandaag nog altijd op dat begeerde papiertje, zonder resultaat.

Zaterdag 5 augustus 2007, hartje zomer. Het asielcentrum van Heerlen ligt er rustig bij. Allochtone kinderen uit verschillende contreien hollen achter een voetbal aan. Aan de kant geschoven driewielertjes wijzen op kleuters die wellicht een middagdutje doen. Vrouwen met hoofddoeken slaan een praatje terwijl ze hun tapijten uitkloppen.
Het lijkt een zonovergoten vakantietafereel, tot plots de eerste indruk van een gemoedelijk leventje achter witgekalkte muren plaats moet ruimen voor de schrijnende realiteit. De huisjes herbergen niet twee of drie mensen, maar vaak acht asielzoekers. Soms een voltallig gezin, soms een half dozijn ‘gelukzoekers’ uit evenveel verschillende landen. Tv-satellieten torenen boven de platte daken uit: dit staaltje techniek is voor velen de enige band die ze nog kunnen hebben met hun thuisland, hun enige vlucht naar de plaats waarvan ze ooit weggevlucht zijn.

De gevels dragen geen naamplaatjes, maar een letter en een cijfer. “Sommigen verblijven hier drie weken, anderen drie jaar. Het is een voortdurend komen en gaan, vandaar. Naambordjes zouden onbegonnen werk zijn”, klinkt het.
Een smalle trap leidt ons naar de woningen op de bovenverdieping. In huisje F5 maakt Pewans moeder de deur open. Blij met het bezoek, ietwat bang voor de vragen. De gastvrijheid die ons de volgende uren te beurt valt, is ronduit pakkend, het verhaal van de familie des te meer. Intussen vloeit de thee en rukken de suikerpotten aan. In een gezin waar “weinig suiker, graag” vier theelepels van het witte goedje betekent, lijkt de glazen pot wel het enige, letterlijke zoethoudertje in dit claustrofobische leven. Ook hier belemmert een satelliet het sowieso al magere uitzicht door het raam. Aan de muur een kalender die leest: ‘Pewan is jarig.’ De televisie speelt. Op KurdSat zingt een plaatselijke Frans Bauer een Koerdische schlager.

Kazjin (20):
Die onwetendheid of je ooit definitief zal mogen blijven, daar word je gestrest van, agressief soms. Als je er te veel over nadenkt, word je psychisch niet goed

Kazjin, Pewans zus van twintig jaar, voert het woord, in vloeiend Nederlands. Haar aardedonkere ogen schieten soms vuur, om even later waterig te worden. Nooit wordt haar blik glazig van onverschilligheid. Ze leeft op emotie. En wie kan het haar kwalijk nemen? “Nadat mijn vader in 2000 gevlucht was, werd mijn oudste broer opgepakt. We hebben nooit geweten wat er met hem gebeurd is, we hebben hem sinds die dag niet meer gehoord.”
Kazjin was zestien toen ze met de rest van het gezin haar vader achternaging. Hoe ze gevlucht zijn? “Daar weet ik bijna niks over”, zucht ze. “We zijn via Turkije gevlucht, maar zijn toen allemaal in slaap gevallen. We waren ook zo jong. We wisten alleen dat we ergens gedropt zouden worden in Europa. Dat bleek Nederland te zijn.”
Het leven in het asielcentrum is één brok onzekerheid, omschrijft ze. “Je wordt er gestrest van, agressief soms. Je weet niet of je ooit definitief zal mogen blijven. Je durft amper vrienden te maken op school uit angst ze ooit weer te moeten achterlaten. Op den duur neem je automatisch afstand van bepaalde mensen. Als je er te veel over nadenkt, word je psychisch niet goed.”
“Mijn moeder heeft het er nog altijd moeilijk mee als ze ziet hoe droevig we ons soms voelen. Ze vraagt zich vaak af of het wel de juiste keuze was om te vluchten. Maar wat moesten we doen? We kenden alleen maar oorlog. Eerst Saddam Hoessein, dan Bush. Maar ik heb het mezelf ook al afgevraagd: wat is er erger, voortdurend oorlog of hier leven zonder vrijheid? Ik ben nog nooit écht uitgegaan en het bezoek hier moet om 22 uur weg. Het lijkt wel alsof we dieren zijn, onderdanen. Ze plaatsen zich op een verhoog en wij zijn hun gevangenen.”
“Ik verlang zo naar bewegingsvrijheid, naar een toekomst hier. Intussen is ons gezin ook volledig aangepast aan dit land. Als wij ooit terug moeten naar Irak… Pewan kan zelfs geen Koerdisch. We hebben gewoon geen toekomst daar, daarom wil ik hier hard werken.”

Kazjin (20):
Mijn moeder heeft het er nog altijd moeilijk mee als ze ziet hoe droevig we ons soms voelen. Ze vraagt zich vaak af of het wel de juiste keuze was om te vluchten. Maar wat moesten we doen? We kenden alleen maar oorlog. Eerst Saddam Hoessein, dan Bush

Werken zonder verblijfsvergunning mag niet, dus bijt Kazjin zich vast in haar studies. “Niemand kan en mag me verbieden om te studeren. Ik volg net als mijn zus een opleiding in de zorgsector en wil daarna nog twee jaar verder studeren voor apothekersassistente.” Ze glundert, maar nog geen drie tellen later volgt er een zucht. “Toch is het niet gemakkelijk. Mijn vader werkt nu in een fruitbedrijf en spaart voor onze studies. Hij wil ook weleens op vakantie, maar dat kunnen we ons niet veroorloven.”

Of het haar nooit te benauwd wordt om zo dicht op elkaar te leven? “Dat valt wel mee. Dat is ook het verschil tussen een echte Nederlandse familie en de onze, denk ik. Wij zijn het gewoon om echt samen te leven. Een Nederlandse moeder kent soms haar eigen zoon niet meer. Nederlanders houden ook meer afstand tegenover hun buren.”
Wat koesteren ze eigenlijk uit Irak, willen we nog weten. Herinneringen? “Nee, dat niet. Als je het ergens niet naar je zin hebt, bewaar je er ook geen herinneringen aan.”
“Wat we misschien wel nog behouden, is het typische eten. Iraakse gerechten zoals dolma zijn veel lekkerder dan frieten en frikadellen, ook al eet Pewan die erg graag. Hij is al een echte Nederlander. (grijnst)

Een heerlijk zoete geur vult de leefkamer. De moeder des huizes heeft zich al die tijd op de vlakte gehouden, in de keuken. Kneden en kokkerellen als therapie, zo lijkt het. Op het menu: een stoofpotje van groenten en met fetakaas gevulde pannenkoeken. Aparte borden en bestek zijn niet nodig, gewoon gezellig aanschuiven.
“Voor Pewans verjaardag eten we straks nog taart”, knipoogt Kazjin naar haar broertje. Ballonnen en slingers zullen er niet aan te pas komen. “Versiering mogen we hier niet uithangen. Een kerstboom mag ook niet, trouwens. Maar het Suikerfeest hebben we met een kleine barbecue kunnen vieren. Dat was fijn. (loopt plots weg en komt terug met een boek over Schotland) Kijk, hier wil ik ooit naartoe. Ik heb er al veel boeken over gelezen en op school foto’s gezien van de landschappen. De meren, de natuur, de mensen, alles lijkt daar zo mooi. Dát is vrijheid.”

Advertenties

Written by Eline Delrue

1 december 2010 bij 12:01 pm

Geplaatst in Reportage

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: