Eline Delrue schrijft

Portretten en levensverhalen

‘Je moet durven meegaan in de psychose van de patiënt’

with one comment


Psychiater op rust Detlef Petry schrijft boek over zijn eigenzinnige behandelmethode

De Nederlands-Duitse psychiater Detlef Petry werkte jarenlang met psychisch gestoorden die volgens de klassieke psychiatrie ‘uitbehandeld’ waren, en voor wie alle hoop opgegeven was. Het waren geesteszieken die geregeld platgespoten werden, vastgebonden waren of in de isoleercel zaten. Met zijn meevoelende behandelmethode gaf Petry hen een tweede leven.

Door Eline Delrue

Eerst praten, dan pas pillen. Dat is het devies van Detlef Petry (67), die zijn ervaringen als psychiater bundelde in het boek Uitbehandeld, maar niet opgegeven. De geboren Duitser week uit naar Nederland en werkte er vanaf de jaren zeventig tot aan zijn pensioen in het psychiatrisch ziekenhuis Vijverdal in Maastricht. Daar behandelde hij de harde kern, chronisch geesteszieken voor wie volgens de klassieke psychiatrie geen toekomst meer weggelegd was. Het leverde Petry de naam op van ‘psychiater van de allergeksten’, een eretitel die hij met trots draagt.
Het sleutelwoord in zijn benadering is rehabilitatie, oftewel eerherstel. Doel is om patiënten te bevrijden van hun stigma en hen weer te laten deelnemen aan het leven. Petry’s aanpak wierp vruchten af. Onder zijn bewind daalde het aantal zelfmoordpogingen op de afdeling tot nul. “Eén keer ben ik er zelf bijna onderdoor gegaan”, geeft hij onbeschroomd toe. “Mijn hoofd zat vol, ik werd een gekke psychiater. Zo bezeten was ik om mijn eigen weg uit te stippelen.”

Toen de psychiatrische instelling Vijverdal in 2007 met dynamiet opgeblazen werd, stond u te applaudisseren. U had er nochtans dertig jaar lang met hart en ziel gewerkt.
Petry: “Toch voelde de implosie van die hoogbouw als een opluchting, een verlossing uit de ketenen van de oude psychiatrie. Ik werkte er vooral in de laagbouw, waar de ‘uitbehandelden’ verbleven. Toen die afdeling vol zat, raakte ook de hoge behandeltoren druppelsgewijs gevuld met chronische patiënten. Maar de architectuur daar was totaal onaangepast om er te wonen. Er was geen privacy. De patiënten deelden met vieren een kamer en zaten zogoed als opgesloten. Een raam opendoen kon niet wegens het zelfmoordrisico.
“Toen de hoogbouw neergehaald werd, was dat een bevrijding. Eindelijk zouden onze mensen verlost zijn van hun beklemmende omgeving. Nu wonen ze in huisjes dicht bij de instelling of in een begeleide woonvorm in de stad. Voor hen is dat een hele verandering. Een eigen kamer, een tuintje, wat luxe. Dat geeft hoop, nieuwe kracht. Op den duur durven ze weer relaties aan te gaan en raken ze zo opnieuw geïntegreerd. Het is belangrijk dat de omgeving verandert, en niet zozeer de patiënt. Mensen kun je ook niet veranderen, tenzij je ze vergiftigt met pillen.”

U ontwikkelde al snel een eigen behandelmethode: een driehoeksverhouding tussen de patiënt, zijn familie en de psychiater. Collega’s keken argwanend toe.
“De meesten van mijn collega’s waren doordrongen van de biologische psychiatrie. Niet onlogisch, want onze opleiding is sterk gericht op diagnoses stellen en medicatie voorschrijven. Tragisch is dat. Patiënten die het label schizofrenie opgespeld krijgen, mogen automatisch allerlei pillen slikken. Dat is zo fout. Bovendien haat ik die diagnoses als de pest. Ze helpen je voor geen meter vooruit, ze werken alleen maar stigmatiserend.
“In onze benadering zijn we patiënten ‘mensen’ gaan noemen, en dat maakte alles meteen anders. Want bij een mens stuit je sowieso op een verleden, een levensverhaal. Een patiënt is veel meer dan patiënt. Hij is ook burger, zoon, broer, echtgenoot, vader. Er is geen enkele reden om ineens al die andere rollen weg te vegen. Ze geven juist aanknopingspunten voor heling.
“Door dat levensverhaal komen ook de familieleden in beeld. Dat zij erbij betrokken worden, laat hen opnieuw vertrouwen kweken in de psychiatrie. Daar liep het vroeger weleens mis. Familieleden werden lange tijd beschouwd als pottenkijkers. De patiënt en de psychiater zouden de klus wel alleen klaren, luidde het. Bovendien werd de familie vaak opgezadeld met een schuldgevoel. Zo kregen moeders steevast de schuld voor de schizofrenie van hun kinderen, omdat ze te betrokken zouden zijn. Een gruwelijke theorie uit Amerika. Volledige onzin trouwens. Maar ondertussen hebben talloze moeders daar wel jarenlang onder geleden.”

Ook opvallend: u maakte uitstapjes met patiënten. Een koffie drinken, gaan shoppen, een museum of wijnkelder bezoeken. Kwam u zo meer over hen te weten?
“Zeker, zolang ze maar in beweging waren. Die mensen zaten doorgaans een hele dag binnen in de instelling. Slapen, eten, roken en een beetje heen en weer lopen, dat was het enige wat ze deden. Als ze dan in je auto stappen, gaat er een wereld voor hen open. Ze komen op plaatsen die herinneringen oproepen, en al doende praten ze. Ze zijn bevrijd, voelen dat ze hun ei kwijt kunnen. Maar zet ze in je bureau en je krijgt er gegarandeerd niks uit. Dan houden ze de lippen stijf op elkaar.
“Het kan ook betekenisvol zijn om met patiënten terug te keren naar de plaats waar hun psychose is ontstaan. Een school, het ouderlijk huis. Dan kunnen ze beschrijven hoe het begonnen is. Ze konden zich bijvoorbeeld niet meer concentreren op school, of ze zonderden zich thuis af. Over het waarom van hun psychose kom je uiteraard niks te weten. Daar is ook helemaal geen reden voor. Dat komt uit het niets. Weet je, 1 procent van alle mensen heeft er last van. Daarom spreek ik ook liever van een levensprobleem in plaats van een ziekte.”

U vergezelde uw patiënten niet alleen naar hun geboorteplaats, u stapte ook mee in hun waan.
“Voor een stuk moet je meegaan in die psychose. Al lukt dat niet altijd even goed. Soms is de inhoud van de waan gewoon te extreem. Als iemand stemmen hoort vanuit een ruimteschip wordt het natuurlijk moeilijk. Maar ik ben wel ooit naar een klooster getrokken met een patiënt die de stem van God hoorde. Samen met de abt hebben we over die stemmen gesprokken en dat heeft hem ontzettend geholpen.
“Ook voor Jessie, een patiënte die gelooft dat ze in Australië geboren is, ben ik ver gegaan. Zij beweert dat ze niet kan leven in het klimaat hier, ze móét terug naar haar ‘geboorteland’. Wel, ik heb echt geprobeerd om haar naar Australië te krijgen. Veel collega’s dachten dat ik aan het doordraaien was. (lacht) Alles was in kannen en kruiken, tot ik vernam dat ze geen bed meer op overschot hadden in het ziekenhuis daar. Jessie zou in een pension moeten logeren. Dat was te gevaarlijk, en dus heb ik de reis afgeblazen. Maar Jessie heeft al meermaals pogingen ondernomen om af te reizen, we zijn haar al vaak in Keulen gaan terughalen. (grinnikt) Ik gun haar die uitstapjes wel.
“Om maar te tonen: je moet die psychose ernstig nemen. Die stemmen in hun hoofd zijn voor hen een werkelijkheid. Dan haalt het niets uit om te zeggen: ‘Jessie, zet Australië uit je hoofd. Dat is onzin.’ In het begin kreeg ze alleen maar negatieve respons, en dat maakte haar wild en agressief. Had ik niet ingegrepen, dan zat ze nu op een gesloten afdeling. Maar ze voelde dat ik haar serieus nam.”

Zelfs nu u met pensioen bent, gaat u nog op bezoek bij uw ‘geestig zieke vrienden’, zoals u ze omschrijft. Bij Marianne, bijvoorbeeld, een ‘heldin in de psychiatrie’.
“Marianne is een bijzondere vrouw. Ze is intelligent, spreekt veel talen, is open. Maar ze lijdt ontzettend onder die stemmen. Er zit een manipulator in haar hoofd, die ze Richard Harrison noemt. Zodra ze wakker wordt, manipuleert hij haar lijf. Hij laat haar handen hevig trillen, zodat ze alleen nog met een rietje uit een glas kan drinken. Ook geeft hij haar vaak de opdracht om zichzelf hard in het gezicht te slaan. Marianne heeft van mij wel medicatie gekregen, het is van belang voor haar levenskwaliteit. De toestanden die zij al in de psychiatrie heeft meegemaakt, dat is ongelooflijk. Maar toch blijft ze vechten voor zichzelf, voor een leven naast die stemmen. Richard Harrison neemt niet langer haar hele dag in beslag. Ze is actief, uitbundig. En mag ze op uitstap, dan is ze zielsgelukkig.”

In uw boek fulmineert u over hoe de computer geleid heeft tot een ‘ontmenselijking van de psychiatrie’. U betreurt dat de bureaucratie hulpverleners weghoudt van hun patiënten.
“Een morele misdaad is het. (verontwaardigd) Dat computerwerk grijpt zo zwaar in op de hulpverlening. Het slokt immens veel tijd op. Tijd die je aan je patiënten zou moeten besteden. Vroeger zat ik niet aan de computer, maar bij de patiënt aan de ontbijttafel. Daar hebben die elektronische dossiers een einde aan gemaakt. Alles moet tot in de puntjes ingegeven worden. En wat is het gevolg? Als er iemand binnenkomt in je bureau zit je met je gezicht naar dat scherm en met je rug naar de patiënt. Vreselijk. Op een dag zei een patiënt: ‘Zeg, bij jíj nu gek geworden of ik? Kijk me toch eens aan!’ Zijn opmerking was volledig terecht. Hij zag hoe ik leed onder dat computerwerk en wilde me uit die dwangbuis bevrijden. ‘Kom, we gaan die paperassen vernietigen op de brandstapel van Jeanne d’Arc en dan gaan we ervandoor’, zei hij.”

Een andere problematiek waar u zich over opwindt, is medicatie. U spreekt over ‘giftige antipsychotica’ en ‘chemische lobotomie’.
“In mijn beginjaren zag ik dat patiënten zakken vol pillen moesten slikken. Daar zat van alles bij: antipsychotica, antidepressiva, slaapmiddelen, tranquillizers. In de loop der jaren heb ik hun medicatie sterk afgebouwd. Maar het lukte mij niet om alles te schrappen. Patiënten zijn vaak gehecht aan hun pillen.
“Het enige medicijn waar chronische psychotici een beetje baat bij hebben, is Leponex. Het is een zwaar medicijn, daar ben ik me van bewust. Je kunt er wat suf van worden. Maar het is wel een middel dat een stuk levenskwaliteit kan teruggeven, zoals bij Marianne. Alle andere medicatie kun je overboord gooien. Het is ook helemaal niet bewezen dat antipsychotica enig effect hebben bij chronische patiënten, want hun stemmen verdwijnen niet.
“Ach, als je ziet wat de farma-industrie allemaal aanricht, daar word je niet goed van. Patiënten worden bewust volgepropt met pillen. Mond open en slikken. Schandalig is dat. Als ik ooit reïncarneer, dan kom ik terug als psychiater en maak ik komaf met al die pillen. (lacht) Dat vergt veel tijd, maar het zou een goede zaak zijn.”

U zegt het zelf: de goede zaak. Uw streven naar eerherstel voor psychiatrische patiënten is voor u een soort wiedergutmachung. Het naziverleden van uw vader speelt daarin een rol, maar ook de massale uitroeiing van geesteszieken aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.
“Die geschiedenis heeft mijn leven grotendeels gevormd, als Duitser én als psychiater. Dat mijn vader vrijwilliger was bij de Waffen-SS, was ook in onze familie niet onomstreden. Met de concentratiekampen heeft hij zelf niks te maken gehad, dat heb ik grondig uitgeplozen. Maar de oorlog was taboe thuis. Ook over de Jodenvervolging wilde hij niks horen. Het enige wat mijn vader ooit over Auschwitz heeft gezegd is: ‘Ach ja, dat dorp in Polen…’ Hij verdrong het, uit pure schaamte.
“Ik walgde ook toen het nieuws bekend raakte dat in de jaren 1939-’41 zo’n 200.000 chronisch geesteszieken waren vergast. Ik ben op bezoek geweest in zo’n instelling. Als je hoort wat daar gebeurd moet zijn, vreselijk. Patiënten zoals degenen met wie ik al die jaren ben omgegaan, werden daar gewoon uitgeschakeld, omdat ze Untermenschen waren. Het was de psychiater zelf die de gaskraan opendraaide. Onvoorstelbaar. Wel, dat is een geschiedenis die ik bij me draag. In het begin van mijn carrière moest ik vaststellen dat er ook in de naoorlogse psychiatrie nog veel leed was: platspuiten, vastbinden, elektroshocks, isoleercellen. Ik dacht: ik moet dit anders doen. Niet dat ik alles kan goedmaken wat de Duitsers destijds hebben aangericht. Maar toch. Eerherstel voor psychiatrische patiënten, dat is mijn wiedergutmachung.”

Uitbehandeld, maar niet opgegeven, Detlef Petry. Uitgeverij Ambo, 19,95 euro.

Uit: De Morgen, 20 juli 2011

Advertenties

Written by Eline Delrue

20 juli 2011 bij 8:57 am

Geplaatst in Interview

Eén reactie

Subscribe to comments with RSS.

  1. Do you mind if I quote a several of your blogposts as long as I provide credit and sources back to your webpage:
    https://elinedelrue.be/2011/07/20/je-moet-durven-meegaan-in-de-psychose-van-de-patient/.
    I’m going to aslo be certain to give you the appropriate anchor text link using your blog title: Je moet durven meegaan in de psychose van de patiënt | Eline Delrue schrijft. Please be sure to let me know if this is acceptable with you. Thank you

    Deborah

    19 mei 2013 at 4:26 am


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: