Eline Delrue schrijft

Portretten en levensverhalen

Bevallen in het diepste geheim

with one comment


HET VERHAAL ACHTER TIENERMOEDERDRAMA ‘LITTLE BLACK SPIDERS’

Toen ze op haar vijftiende zwanger raakte, moest Martine (55) verscholen in een Limburgs klooster haar bevalling afwachten. Noodgedwongen stond ze haar baby af. ‘Hoe ouder ik word, hoe meer ik aan hem denk.’

Eline Delrue

Illustratie: Inge Bogaerts

“Ach, ik kan het er maar beter allemaal uitgooien”, zo doorbreekt Martine halverwege ons gesprek een hangende stilte. “Dat is beter voor mezelf.” En dan rolt het hoge woord eruit: “Mijn eerste zoontje, dat was van mijn oudste broer. Voor mijn achttiende mocht ik absoluut niet uitgaan, precies om zulke toestanden te vermijden. Maar ondertussen kon mijn broer thuis zijn gang gaan. Een regelrechte schande was het.”

Haar verhaal speelt zich af in het Meetjesland van begin de jaren zeventig. Martine was vijftien, de jongste dochter in een gezin met elf kinderen. Plaats voor emoties was er thuis niet, alleen maar voor hard labeur en groot geld verdienen. Toen Martine voor de zoveelste keer boven de pot hing, ging er in haar hoofd een alarmbelletje af: “Kotsmisselijk was ik, en mijn regels bleven uit. Zeg dat het niet waar is, dacht ik: ik ben zwanger. Ik begrijp niet dat mijn moeder dat niet eerder gezien had. Zelf heb ik er niet lang aan getwijfeld.”

“Niet dat ik zo goed op de hoogte was van die zaken. Bij ons thuis werd er nooit gesproken over seks of maandstonden. De eerste keer dat ik ongesteld was, legde mijn moeder de nodige doeken klaar, en dat was het. Je moet niet denken dat ze zei: ‘Die bloedingen zijn normaal en zullen elke maand terugkeren.’ Nee, niks van voorlichting. Het enige wat ze me opdroeg, was: ‘Het moet nu gedaan zijn met in de bomen te klimmen en korte rokjes te dragen.’ (lacht) Om te vermijden dat er jongens in mijn buurt zouden komen, zeker?”

‘Wat hebt ge nu gedaan?’, zei mijn moeder. Dat ene zinnetje is alles wat over mijn zwangerschap gezegd is. Meer woorden wilden mijn ouders er niet aan vuil maken

Maar de dreiging waarvoor ze zo afgeschermd werd, zat al die tijd in dezelfde woonkamer: haar oudste broer. Het gevolg was een verboden vrucht, een schandvlek die voor de buitenwereld verborgen moest blijven. “Mijn moeder is met een potje urine van mij naar de huisdokter gestapt. Op een zondagvoormiddag, zodat niemand iets zou zien of horen. Het moest allemaal in den duik gebeuren. Ik ben toen zelfs zo dom geweest om wat water bij mijn urine te gieten, in de hoop mijn zwangerschap te verdoezelen. (grijnst) Dat heeft natuurlijk niet gepakt. De huisarts zelf heb ik nooit gesproken, maar ik wist hoe laat het was toen moeder zei: ‘Wat hebt ge nu gedaan?’ Dat ene zinnetje is alles wat over mijn zwangerschap gezegd is. Meer woorden wilden mijn ouders er niet aan vuil maken. Ze vroegen niet eens wie de vader was.”

“Een paar dagen later zei moeder: ‘Martine, gij gaat voor een tijdje weg.’ Wellicht op aansturen van de huisarts en de nonnen in ons dorp. Vier maanden zwanger was ik toen vader me ver weg naar Lommel voerde. De hele rit lang zweeg hij als vermoord. In Mol is hij eens moeten stoppen om de weg te vragen, maar tegen mij zei hij geen woord. Ik kon maar één ding denken: waar ga ik in godsnaam terechtkomen?”

De controle aan de douane vergeet ik nooit. De zuster smeet haastig twee kussens op de achterbank. ‘Hier, bedek je buik en hou je stil.’ Terwijl ik het wilde uitschreeuwen van de pijn, want de weeën werden alleen maar erger

Op een onderduikadres waar zuster Johanna de plak zwaaide, zo bleek. In een pand pal naast een klooster, een betonnen bunker waar tienermeisjes met verboden buiken heimelijk hun bevalling afwachtten. “We hielden ons daar dag in, dag uit bezig met tapijtjes weven. Ze hadden er een tv, we mochten later opblijven dan thuis. Eigenlijk werden we er in de watten gelegd. Pas op: ze hielden ons ook goed in de gaten. We waren dan wel pubers, veel zottigheden moesten we niet uithalen. Maar ik was een gemakkelijke, ik stribbelde nooit tegen. (zucht) Misschien had ik dat beter wel gedaan, want er gebeurden daar dingen die ik niet begreep. Zoals: waarom mocht één van de meisjes wel in het ziekenhuis vlakbij bevallen, en werden anderen weggevoerd?”

Daar in Lommel, in het verborgene, deelden een tiental verstoten tieners lief en leed. In één van hen vond Martine een waardige compagnon de route. “Leni”, mijmert ze. “Al heb ik nooit geweten of ze echt zo heette – bij je opname kon je ook een andere naam kiezen. Zij heeft nog een foto van me genomen met mijn zwangere buik. Toen ik later terugkeerde naar huis heb ik die verscheurd. Ik durfde hem niet te bewaren. Wat als moeder dit ooit ziet, dacht ik. (blaast) Ik was zelfs te bang om Leni mijn adres te geven. Thuis kon ik nooit als eerste de brievenbus openmaken en ik wilde geen scènes veroorzaken. (stilte) Ik heb nog bij Leni op de kamer gezeten. Ze twijfelde of ze haar kindje zou houden of niet.”

“Toen mijn bevalling naderde, kwamen de zusters soms ’s nachts het licht aanknippen, om te zien of ik wel sliep. Wellicht hadden ze schrik dat ik daar ter plekke zou bevallen. Ze moeten toen al plannen gehad hebben met de baby, heel zeker.” Zodra de weeën op gang kwamen, ging het plots snel. Halsoverkop werd Martine in de wagen geduwd, om anoniem te gaan bevallen over de Franse grens. “De controle aan de douane vergeet ik nooit. De ene zuster smeet haastig twee kussens op de achterbank. ‘Hier, bedek je buik en hou je nu maar even stil.’ Terwijl ik het wilde uitschreeuwen van de pijn, want de weeën werden alleen maar erger. Jongens toch, zeer dat ik had.”

Het is wreed dat ik het moet zeggen, maar mijn moeder is geen mens. Beseft ze dan echt niet wat ze mij allemaal heeft aangedaan?

In een ziekenhuis ergens aan de Franse kust bracht Martine haar zoontje ter wereld. Naast haar lagen andere moeders te kermen, aan het zicht onttrokken door een draperie. “De bevalling zelf verliep vlot, maar ik was ook wel een taaie”, maakt Martine zich sterk. “Na afloop kreeg ik een veel te warme chocomelk en een stuk rozijnenbrood, dat vergeet ik nooit. Stel je voor.”

Zoet zalft, moeten de zusters gedacht hebben, maar wat volgde, had een wrange nasmaak. “Waar mijn zoontje ondertussen gebleven was, daar had ik geen idee van. Heb ik hem na de bevalling mogen vastpakken? (denkt lang na) Nee, dat kan ik me met de beste wil van de wereld niet herinneren. Ik mocht wel een naam kiezen: Bart. Hij had van dat bleke haar, net als mijn twee latere zonen. Ja, hij was onmiskenbaar van mij. Maar waar was hij?”

Het was met felle tegenzin dat Martine terugkeerde naar huis. Op haar eentje, zonder baby. “Alsof het nog niet zwaar genoeg was, stond mijn oudste zus me hoogzwanger op te wachten. Ik zie haar daar nog staan, in het deurgat. Zij was zich natuurlijk van geen kwaad bewust. Mijn ouders hadden de rest van de familie blijkbaar wijsgemaakt dat ik al die tijd in een psychiatrische instelling had gezeten. Onder het mom van: ‘Ons Martientje mist een beetje’.”

Ik heb geen drie kinderen. Ik heb er vier. Eén foto ontbreekt en dat is een groot tekort. Al jarenlang ben ik op zoek, tevergeefs. Vind zo iemand maar eens terug

“Later heb ik het erover gehad met mijn zussen. Ze schrokken zich rot, wisten van toeten noch blazen. Toen ik hen vertelde wie de vader was, zag ik mijn ene zus verstenen. ‘Dat heeft hij bij mij ook geprobeerd’, bekende ze. Toen viel er een hele last van mij af. Oef, het lag niet aan mij. Ik was niet de enige. Maar mijn moeder moet dat geweten hebben, dat kan niet anders. Terug thuis waarschuwde ze me: ‘Doe voortaan uw deur op slot als ge gaat slapen.’ Daar kun je toch niet bij? Het is wreed dat ik het moet zeggen, maar mijn moeder is geen mens. Besefte ze dan echt niet wat ze mij allemaal aandeed?”

Na haar huwelijk ruilde Martine het Meetjesland in voor de streek rond Brugge. “Ik was negentien en kon thuis niet rap genoeg weg zijn”, zegt ze. De relatie met haar ouders is vandaag onveranderd kil. “Straks wordt mijn moeder 85 jaar, ik geloof niet dat ik nu nog een ‘sorry’ moet verwachten. Als ze al zo lang zwijgt…”

Nee, dan houdt de moeder van drie en oma van vijf zich liever bezig met haar eigen gezin. In de woonkamer lachen haar bloedjes haar toe, glimmend in kadertjes. “Alleen: ik heb geen drie kinderen. Ik heb er vier. (fluistert) Eén foto ontbreekt en dat is een groot tekort. Al jarenlang ben ik op zoek, tevergeefs. Vind zo iemand maar eens terug. Heet hij nog altijd Bart? Was het wel een jongetje, of heeft zuster Johanna de waarheid verdraaid? Ik sprong uit mijn vel toen een adoptievereniging me onlangs zei dat ze niks meer voor mij kon doen. Ik begrijp dat wel, het is inderdaad zoeken naar een speld in een hooiberg. Toch hou je je vast aan die gedachte, aan die hoop. Wat zou ik zeggen als ik hem ontmoet? Ik weet het niet goed.”

“Hoe ouder ik word, hoe meer ik aan hem denk. In december wordt hij veertig. Ik maak mezelf graag wijs dat hij het goed stelt. Maar mijn broer en ik lijden allebei aan een erfelijke spierziekte – hij zit in een rolstoel, ik heb een wandelstok. Waarschijnlijk is Bart daar ook zwaar door getekend.”

Tot op vandaag vlucht ze voor haar verhaal, voor haar verleden. Zelfs in haar eigen huis. “Ik mag niet langer dan een halfuur in de zetel zitten of ik moet me alweer met iets anders bezighouden. Val ik stil, dan begin ik te veel na te denken. Er af en toe over praten kan opluchten. Alleen: dan voel ik nog meer de gedrevenheid om terug te gaan naar Lommel. Al moest ik te voet gaan. Morgen vertrekken we naar een vakantiepark in Limburg, wel, gegarandeerd ga ik er weer naartoe. Elk jaar doe ik dat. Dat moet, van mezelf. Misschien omdat ik nog altijd hoop daar een antwoord te vinden? Ik weet dat het moeilijk is om Bart terug te vinden, maar ik moet ervan uitgaan dat het ooit lukt. Anders overleef je dit niet.”

* Martine is een fictieve naam.

Uit: De Morgen, 7 september

Advertenties

Eén reactie

Subscribe to comments with RSS.

  1. Vele geboortemoeders voelden en voelen nog steeds de leegte die de gedwongen afstand met zich meebrengt. Het hunkeren en willen weten of hun kind gelukkig is, of het gezond is…. De zusters hebben absoluut geen weet van gedwongen afstand en hebben nooit enig financieel voordeel gehad aan de adopties. Wel, sinds 2007 heeft de belangenvereniging’ Maralina’ contact met verschillende geboortemoeders. Geboortemoeders die elkaar niet kennen en toch vertellen ze o allemaal dezelfde verhalen over hun verblijf en begeleiding door de zusters. De manipulatie, indoctrinatie, verwijten en beschuldigingen. Het wordt tijd dat de verantwoordelijken op het matje worden geroepen. Maralina heeft ook verder onderzoek verricht en zal nu, samen met de geboortemoeders, ook juridische stappen ondernemen om deze malafide praktijken aan te klagen. Maralina vraagt de geboortemoeders om zich te verenigen, samen kunnen ze beter front vormen tegen de beweringen van de zusters. Deze moeders moeten weten dat ze er niet meer alleen voor staan en dat zij zullen bijgestaan worden in hun eventuele zoektocht en/of juridische procedure.
    Google gewoon ‘Maralina’ en men komt op de blog waar men meer informatie kan vinden.
    Marleen Adriaens

    Adriaens Marleen

    28 september 2012 at 3:30 pm


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: