Eline Delrue schrijft

Portretten en levensverhalen

‘Mijn buik voelde als een kerkhof’

leave a comment »


Tien zwangerschappen, twee levende zoontjes. In de loterij van het leven heeft Anne Baaths (35) al meer verloren dan gewonnen. In haar boek ‘dodenTocht’ slaat ze het taboe op miskramen aan diggelen. ‘Ik wil komaf maken met de rozewolkenindustrie.’

Eline Delrue

Foto: Bob Van Mol

Foto: Bob Van Mol

“Ik zat op het toilet terwijl ik voelde hoe twee grote brokken kort na elkaar via mijn vagina mijn lichaam verlieten. Ik kokhalsde en begon te huilen. (…) Ik bleef even zitten tot het achter de rug was. Daarna spoelde ik alles door. Ik heb niet gekeken. Ik heb nooit gekeken.”

Eerlijk en expliciet, zo beschrijft Anne Baaths haar tocht naar het moederschap. Een ruwe reis, met zes miskramen, een extreme vroeggeboorte en een doodgeboren kind. U vindt haar taal wat rauw klinken? Dat was de bedoeling. Sommige uitgeverijen knapten er zelfs op af. “Ik heb er lang over nagedacht: kan ik in het boek wel woorden gebruiken als ‘bloedklonters’ of ‘een navelstreng rond een lijkje’? Mag ik uitleggen hoe je van een dood kind bevalt? Toen het mij overkwam, ging ik op zoek naar literatuur erover, maar ik vond niks. Dat sterkte mij alleen maar in mijn overtuiging: er moet hier in Vlaanderen dringend over gepraat worden, zonder blad voor de mond. Het moet expliciet. Zie het als choqueren om iets te veranderen. Want als je het lief doet, gebeurt er niks. Nu blijven die potjes mooi gedekt, onze eigen moeders bereiden ons er niet eens op voor. We moeten praten over seks, zo dringt de maatschappij ons op. Maar we zwijgen in alle talen over wat er allemaal mis kan lopen tussen de verwekking en geboorte. Alsof miskramen niet meer voorkomen. Die naïviteit moet uit de wereld. De roze wolk is maar voor een minderheid weggelegd, voor velen is het een illusie.”

Terwijl veel koppels sukkelen om zwanger te raken, ligt het probleem voor Anne elders: zwanger blijven. Tussen Niels (8) en ex-prematuurtje Tristan (2,5) verloor ze vier vruchtjes. Na de doodgeboorte van Benjamin volgden nog twee miskramen. Nu is ze voor de tiende keer zwanger, 13 weken ver. “Ik ben mama van vele kinderen, zonder het absolute moedergevoel te mogen ervaren. Dat is de reden waarom we verder gaan. Zwanger zijn op zich vind ik maar niks. Anderen vinden dat geweldig, maar ik heb mijn deel nu wel gehad. Mochten ze mij zes maanden in slaap kunnen doen, om mij dan vlak voor de bevalling wakker te maken, ik zou direct tekenen.”

Anne:

Twee weken heb ik nog met ons overleden kindje in mijn lijf rondgelopen. Dat was mentaal bijzonder zwaar. Op den duur ruik je naar de dood

Eén streepje kan je leven veranderen. Maar bij Anne laat elke positieve zwangerschapstest een bizar gevoel na. “Het is iets tussen hoop en wanhoop, vreugde en angst. Dat weerspiegelt zich ook in de manier waarop ik aan mijn man vertel dat ik zwanger ben. Vroeger probeerde ik dat nog origineel te verpakken, maar mijn ideeën zijn stilaan uitgeput. Op den duur wordt het iets tussen de soep en de patatten. ‘Het is van dat, hè’, zeg ik hem dan. Dan weet hij dat ik opnieuw zwanger ben, of dat het weer fout is gelopen.”

 

De data van haar miskramen staan in het geheugen gebeiteld. Maar na elke mislukking volgt er een nieuwe kans, zo houdt ze zichzelf overeind. “Dat neemt niet weg dat het na iedere miskraam toch wel wat bekomen is. Twee dagen ben ik in de rouw, de dag zelf en de dag erna. Dan nestel ik me in de zetel met mijn kersenpitkussentje en een fleecedeken, neem een doos zakdoeken en kijk naar een bleitfilm. Om dan een nachtje flink te wenen.”

Haar eerste miskraam liet de grootste wonde na, vertelt ze, omdat het zo lang duurde vooraleer het afgestorven vruchtje verdween. “Twee weken heb ik nog met ons kind in mijn lijf rondgelopen. Dat was mentaal bijzonder zwaar. Op den duur ruik je naar de dood, er is iets in je aan het rotten. Mijn buik voelde als een kerkhof.”

 Anne:

Tijdens de doodgeboorte weigerde ik een epidurale prik: ik had er nood aan om Benjamin te voelen weggaan. Je moet toch afscheid kunnen nemen

Dat ze mama is van drie zonen, benadrukt ze. Ook al lopen er in huis maar vier voetjes rond. Die andere schat, Benjamin, zal eeuwig haar jongste blijven. Hij rust op het zonnigste plekje in de tuin. Onder een piramide, vlak bij het prieeltje waar Anne haar boek schreef. In februari vorig jaar moest ze, halverwege de zwangerschap, afscheid nemen van haar miniatuurmensje. De navelstreng hield zijn nek in een dubbele wurggreep. Op een foto zie je een levenloos jongetje naast een geel meetlint: 20 centimeter. Op de weegschaal: 250 gram. In een gipsen plaat staat zijn voetafdruk, alsof er een kleine vogel op is geland.

“We zijn van de kraamafdeling naar huis gereden, met dat verzegelde kistje op mijn schoot. Op het kerkhof konden we kiezen: een graf of de kinderweide. Maar mijn man kon hem niet afgeven, hij was er niet klaar voor. Voor mij lag dat anders: ik had hem uit mij voelen komen, ik had heel bewust afscheid genomen. Tijdens de bevalling weigerde ik precies daarom ook een epidurale prik: ik had nood om hem te voelen weggaan. In het weekend na zijn doodgeboorte hebben we hem hier begraven. In alle intimiteit, met ons drieën, terwijl Tristan een middagdutje deed. Er is hier toen nogal wat afgeweend.”

In de zomer van vorig jaar kwam er die crash. Anne zat zo diep dat ze zichzelf liet opnemen. “Mijn vat was af. Het enige wat ik nog dacht, was: nu kan ik beter naast Benjamin gaan liggen. Ik vond de wereld zo hard, de andere kant leek me ineens veel fijner.” Maar, zegt Anne formeel: “Het is niet de dood van Benjamin die me toen klein heeft gekregen, wel de reacties erna. Die waren hallucinant. Ik kreeg opmerkingen te slikken als: ‘Wees blij dat hij niet geleefd heeft.’ Hoezo, niet geleefd? Wij voelden hem al wekenlang stampen. Hij zou zo’n fel baasje geweest zijn. Nog zo’n dooddoener: ‘Je hebt toch nog twee andere kinderen.’ Alsof je daardoor minder recht hebt op verdriet.”

Anne:

Ik heb de chirurg al gewaarschuwd: zodra ik na de operatie mijn ogen opendoe, moet hij me zeggen of mijn baby nog leeft of niet. Want onzekerheid is erger dan weten dat het verkeerd zit

Bovendien was er de druk van dichte familie en kennissen om alles netjes in de doofpot te houden. De ene steigerde als ze de naam van haar overleden zoontje in de mond nam, de andere vond ‘dat de aandacht nu wel mocht gaan naar de vrouwen die levende kinderen konden baren’. En in het kleine, Oost-Vlaamse Hamme gonsde het geroddel zo hard dat ze gewoon kon meeluisteren.

Eerder al, in 2012, liep Anne de Dodentocht van Bornem uit. Honderd kilometer therapie, om alles eens op een rijtje te zetten. “Om nadien vast te stellen dat al het gebeurde me toch blijft achtervolgen.” Toch durft ze stilaan te zeggen dat ze mama is van vier. Al wordt het ook deze keer een turbulente zwangerschap. Een galsteen, de laat ontdekte kwelduivel in dit hele verhaal, maakt dat ze begin mei onder het mes moet. “Sinds Benjamin is er altijd die kleine schaduw. We beseffen dat de dood om de hoek loert. Ik heb de chirurg al gewaarschuwd: zodra ik na de operatie mijn ogen opendoe, moet hij me zeggen of mijn baby nog leeft of niet. Want onzekerheid is erger dan weten dat het verkeerd zit. Dat ze maar in mijn vel snijden, met alle plezier. Maar van mijn kindje moeten ze afblijven.”

DodenTocht door Anne Baaths, uitgeverij Kramat, 198 blz.

Uit: De Morgen, 17 april 2014

Advertenties

Written by Eline Delrue

19 april 2014 bij 12:27 pm

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: