Eline Delrue schrijft

Portretten en levensverhalen

Draagmoeder Hanna: ‘Ik heb de klik gemaakt. Dit wordt hún kind’

leave a comment »


Verloopt alles naar wens, dan draagt Hanna (31) binnenkort een baby voor haar beste vriendin. De buik is er klaar voor, het hoofd ook. ‘Ik ben de baarmoeder in dit verhaal, niet de moeder.’

Draagmoeders

Eline Delrue

“Zodra de navelstreng doorgeknipt is, is zij de mama. Niet ik.” Hanna (*) vertelt het zonder aarzelen, zonder twijfel in de stem. Wil het lot een beetje mee, dan raakt ze weldra zwanger voor haar beste vriendin. Haar zielsverwant, met wie ze al jaren lief en leed deelt. “Zij is de enige voor wie ik dit ooit wil doen. Ik kan me niet voorstellen dat ik dit voor een onbekende doe. Er moet toch een klik zijn met de wensouders. Zij heeft al zo veel klaar gestaan voor mij, ik sta er nu voor haar. We delen verdriet, maar maken ook plezier. Dat is precies wat deze baby zal zijn: gedeelde vreugde. Dat extra streepje op de zwangerschapstest, dat wordt een onvergetelijk moment.”

Het is een genetische fout die hier als een vogelschrik op de ooievaar werkt. Geboren zonder eierstokken moest de wensmama op zoek naar een veilige baarmoeder, een kluis voor haar kinderwens. “Nadat ze mij de vraag had gesteld, heb ik er welgeteld één week over nagedacht”, vertelt Hanna. “Het eerste moment dacht ik: oei nee, ik weet niet of ik dat ga kunnen, dat kindje afstaan. Maar ik heb de klik snel gemaakt. Ik wist: ik kan haar gelukkig maken door het wel te doen. Het is het schoonste, ultieme cadeau dat ik haar kan geven.”

Vorig jaar probeerden ze het al eens op eigen houtje, met zelfinseminatie via een pipet. “Bij mijn eigen dochtertje was het van de eerste keer prijs. Ik ging er vanuit dat het ook nu weer vrij makkelijk zou gaan. Maar die poging is op niets uitgedraaid.”

Sindsdien loopt er in een van onze fertiliteitscentra een dossier voor Hanna en het wenskoppel, meteen ook de reden waarom ze haar echte naam liever niet in de krant ziet. Ethische comités zijn niet bepaald tuk op draagmoeders die openlijk hun verhaal doen.

Draagmoeder Hanna:

Dit is het schoonste, ultieme cadeau dat ik mijn vriendin kan geven

Hoe dan ook, als de baby later donkere ogen heeft, zullen het niet die van Hanna zijn. Deze keer werken ze met eicellen van een anonieme donor. “Op die manier is er geen enkele genetische band tussen mij en de baby, ik zal het enkel dragen.”

Dragen, om dan meteen weer los te laten. Klinkt heftig, maar ze voelt dat ze het kan, verzekert Hanna. “Het wordt hún kindje. Zo zit het nu in mijn hoofd en dat zal niet veranderen. Dat is belangrijk, denk ik, dat je als draagmoeder nog voor de verwekking die knop omdraait. Als je die klik nog moet maken op de verlostafel, kom je te laat. Dan heb je te veel een band opgebouwd met dat kindje.”

Dat het een win-winsituatie is, vertelt Hanna nog. “Zij willen een baby, en ik wil dolgraag nog eens zwanger zijn. Mijn vorige zwangerschap was nochtans allesbehalve plezierig. Ik was constant misselijk, klokje rond. Met de typische kwalen: zure oprispingen, vocht ophouden, bepaalde voeding moeten laten. Ik moet het dus niet gaan doen om op een roze wolk te gaan zitten. (lacht)

Mama wordt ze niet, meter wel. Het is de mooiste vergoeding die ze zich kan dromen, zegt ze, want centen hoeft ze niet. De buik is er klaar voor, het hoofd ook. Maar hoe leg je dat allemaal uit aan een nieuwsgierige peuterdochter in huis? Dat mama’s buik dik wordt, maar er geen broertje of zusje komt. Hooguit een speelkameraadje, dat wel. “Komen er vragen, dan zal ik die eerlijk beantwoorden”, stelt Hanna. “Ook mijn vriendin is niet van plan om haar kindje later iets voor te spiegelen. Er zullen vragen komen, ook nu in mijn omgeving. Want je loopt rond met een bolle buik, maar ze zien je niet met een kinderwagen passeren. Alleszins, ik ga niet rond de pot draaien. Ik ben de baarmoeder in dit verhaal, niet de moeder. Als mensen dat liever niet horen, dan is dat pech voor hen. Het is tenslotte mijn lichaam, en mijn keuze.”

(*) Om het lopende dossier niet in gevaar te brengen, kozen we voor een schuilnaam.

 

Draagmoeders: de wetgever staat erbij en kijkt ernaar

Draagmoeders die wensouders aan een baby helpen, het gebeurt en het neemt toe. Toch heeft ons land er nog altijd geen wet voor. Met een studiedag vuren de groene partijen het debat aan. Weldra steekt ook de senaat de koppen bij mekaar. ‘Die rechtsonzekerheid moet de wereld uit.’

Schrik niet, maar ‘baby’ Donna wordt er dit jaar tien. Ze moet het voorbije decennium zowat ’s lands meest besproken meisje zijn geweest: verwekt voor Belgische wensouders, maar door haar draagmoeder verkocht aan een Nederlands koppel dat meer centen bood. De hele zaak zette ethisch en juridisch België op zijn kop. Toch is er nu, tien jaar later, nog altijd geen wet. Commercieel draagmoederschap is strikt verboden, dat wel. Maar hoe het dan wel mag? Geen enkele wet die dat regelt.

Wat wensouders en draagmoeders ook op papier zetten, als een van beide partijen de afspraken schendt, heeft de ander geen poot om op te staan. Stel dat de draagmoeder het kind toch voor zichzelf wil houden, dan delft het wenskoppel het onderspit. Maar ook omgekeerd: haken de wensouders af omdat de baby een handicap heeft, dan moet de draagmama naar een andere oplossing op zoek.

Dat de theorie in een schemerzone zit, kan de praktijk niet tegenhouden. Fertiliteitscentra in Gent, Antwerpen, Brussel en Luik vervullen al jaren kinderwensen via ‘leenmoeders’. De jongste twintig jaar telde ons land minstens 150 draagbaby’s. Al moeten dat er veel meer zijn, stellen experts, want niet alle ziekenhuizen zijn hier even transparant over.

Komt daarbij dat niet alle wensouders via een erkend fertiliteitscentrum passeren. Denk aan wensouders die op eigen houtje aan de slag gaan met een draagmoeder. De vrouw bevrucht zichzelf met het zaad van de wenspapa. Dat kan perfect thuis, met een pipet dat ze bij de apotheek koopt. In dit geval heeft de draagmoeder een genetische band met het kind, want ze gebruikt haar eigen eicel. Laagtechnologisch draagmoederschap, heet dat in het jargon.

Bij hoogtechnologisch draagmoederschap, daarentegen, krijgt ze een embryo ingeplant via ivf. Hier gaat het dan om het zaad van de wensvader en een eicel van de wensmama of een anonieme donor. Bij deze techniek, die echt neerkomt op ‘het lenen van een baarmoeder’, delen draagmoeder en kind geen genen.

Petra De Sutter (fertiliteitsexpert UZ Gent en senator voor Groen):

Kan de draagmoeder zich na de bevalling nog bedenken en terugkrabbelen? Dat recht zomaar afnemen gaat mij te ver, maar het zijn vragen die we moeten stellen

Na de geboorte is het aan de draagmoeder om een procedure op te starten om de baby ter adoptie af te staan. Voor de wensouders volgt een adoptieparcours, zoals bij elke andere adoptie het geval is. Maar zolang die procedure loopt – en daar gaat makkelijk twee jaar over – blijft de draagmoeder ook de wettelijke moeder, zelfs al heeft ze geen genetische band met het kind. “Daardoor zitten veel wensouders lange tijd in een vacuüm van rechtsonzekerheid”, hekelt Petra De Sutter, vruchtbaarheidsexpert aan het UZ Gent en senator voor Groen. “En dat is onaanvaardbaar.”

Bovendien zal het draagmoederschap alleen maar toenemen, zeker nu er midden deze maand een binnenlandse adoptiestop is afgekondigd. Omdat de wachttijden tot meer dan vijftien jaar kunnen oplopen, weigert het Vlaams Centrum voor Adoptie nieuwe aanmeldingen. Het maakt de kans alleen maar groter dat onvruchtbare wensouders en homokoppels de weg van het draagmoederschap zullen inslaan.

En dus is het aan de politieke wereld om hier werk van te maken, zo dringen vruchtbaarheidsexperts, juristen en holebiverenigingen aan. Volgen er later op het jaar hoorzittingen in de senaat, dan luiden de groene partijen nu al de alarmbel, met een studiedag over de nood aan een wettelijk kader.

“Een ideale wet maken wordt niet eenvoudig”, voorspelt Petra De Sutter (Groen). “Want je moet toch een evenwicht vinden tussen de rechten van de wensouders en die van de draagmoeder. Beide partijen moeten worden beschermd. Het kan niet de bedoeling zijn dat we de draagmoeder gaan herleiden tot een huurbaarmoeder, een instrument. Kan de draagmoeder zich na de bevalling nog bedenken en terugkrabbelen? Dat recht zomaar afnemen gaat mij te ver, maar het zijn vragen die we moeten stellen. Dat debat moeten we voeren.”

Persoonlijk denkt De Sutter aan een contract dat niet-bindend is. “Een compromis dat op voorhand door de wensouders en draagmoeder vastgelegd wordt en dat al voor de zwangerschap bij de jeugdrechter op tafel komt. Op die manier kan de rechter zich al voor de geboorte over het dossier buigen en kun je de hele adoptieprocedure versnellen. Zo worden wensouders ook veel vlugger de juridische ouders.”

Tom Wijnant (jurist): 

Zoals het er nu voor staat dreigen kinderen in een onzekere, perverse situatie geboren te worden. En daar draait het hier toch om: het belang van het kind

Kan verregaander, vindt jurist Tom Wijnant. Al meteen na de bevalling, van bij de eerste schreeuw, zouden de wensouders ook op papier de ouders moeten zijn. Wijnant, pas afgestudeerd aan de UGent, haalde vorig jaar nog de shortlist van de Vlaamse Scriptieprijs met zijn proefschrift over draagmoederschap. Volgens hem moet het mogelijk zijn draagmoeders te verplichten hun kind af te staan. “Want welke meerwaarde heeft de wet anders? De bedenktijd die ze nu na de bevalling heeft, zou je kunnen verschuiven naar de eerste weken van de zwangerschap. Voelt ze zich niet klaar voor het draagmoederschap, dan moet ze, net als elke vrouw, voor abortus kunnen kiezen.”

Anders dan Petra De Sutter pleit Wijnant voor een contract dat wel bindend is. “Zo kunnen wensouders niet afhaken na de verwekking, ook al loopt hun relatie spaak of heeft het kindje gezondheidsproblemen. En kunnen draagmoeders niet terugkrabbelen na de geboorte. Want zoals het er nu voor staat, kunnen zowel draagmoeders als wensouders een bedenkelijke machtspositie innemen. Kinderen dreigen in een onzekere, perverse situatie geboren te worden. En daar draait het hier toch om: het belang van het kind.”

Komt er een wettelijk kader, dan moet dat allesomvattend zijn, meent Wijnant. “Dan moet je alles regelen, zowel het laag- als hoogtechnologisch draagmoederschap. Al heb ik vooral een voorkeur voor die laatste methode. Het lijkt me beter dat de eicel niet van de draagmoeder zelf komt, dat er geen genetische band is met het kind. Volgens mij vermijd je zo al een heleboel problemen, op sociaal en psychologisch vlak.”

Luc Delbeke (vruchtbaarheidsexpert UZ Antwerpen):

Wensouders zouden meteen na de geboorte ook de wettelijke ouders moeten zijn. Alleen zo kunnen we ons beter indekken tegen andere ‘baby Donna’-verhalen

Wensouders en draagmoeders die een fertiliteitscentrum inschakelen, tekenen nu al een document. Daarin zetten ze op papier wat te doen als er bijvoorbeeld een vruchtwaterpunctie nodig is of het kindje aan het syndroom van Down lijdt. Breken ze de zwangerschap dan af of niet? “Alleen: dat document zou veel meer moeten kunnen zijn dan een verbintenis zonder juridische waarde”, stelt fertiliteitsprofessor Luc Delbeke (UZ Antwerpen). Ook hij toont zich voorstander om wensouders meteen na de geboorte wettelijke ouders te laten zijn, en het bedenkrecht van de draagmoeder na de bevalling te schrappen. “Alleen zo kunnen we ons beter indekken tegen andere baby Donna-verhalen.”

Want voorkomen is nog altijd belangrijker dan genezen, stelt Delbeke. En dat kan alleen met een doorgedreven screening in de fertiliteitscentra. “Het komt er voor ons op aan om goed te anticiperen op mogelijke, latere conflicten. Voelen we dat er bij de wensouders en draagmoeder gemengde belangen spelen, dan is het aan de arts om te zeggen: laat ons op zoek gaan naar een andere draagmoeder. In het ideale scenario gaat het om een dicht familielid of goede vriendin.”

De screenings zijn streng, beaamt collega-gynaecoloog Petra De Sutter (UZ Gent). Van alle kandidaten wordt slechts een derde of een vierde effectief draagmoeder. Dat er zo veel vrouwen afvallen, gebeurt om verschillende redenen. “Ze zitten niet genoeg op dezelfde lijn als de wensouders, hebben geen zuivere motivatie, zijn psychisch onstabiel. Of puur medisch: ze hebben een te hoge bloeddruk of suikerspiegel.”

Petra De Sutter (UZ Gent en Groen):

Alleen mama’s kunnen draagmoeder worden. Het is belangrijk dat ze op voorhand weten hoe het voelt om zwanger te zijn, wat er door je hoofd gaat terwijl je bevalt

Opmerkelijk: ook vrouwen die nog geen mama zijn, mogen het vergeten om draagmoeder te worden. Ook daar hebben we zo onze redenen voor, licht De Sutter toe. “Eén: als arts moeten wij er zeker van zijn dat die vrouw medisch in staat is om veilig te bevallen, zonder complicaties. Hetzij natuurlijk, hetzij met een keizersnede. Twee: wat als het draagmoederschap verkeerd afloopt voor die dame? Stel: de baby komt goed en wel ter wereld, maar er doen zich complicaties voor waardoor we haar baarmoeder moeten wegnemen. Dan ontneem je die vrouw de kans om ooit nog een kind voor zichzelf te baren. Zoiets kun je niet riskeren. En drie: het is belangrijk dat draagmoeders op voorhand weten hoe het voelt om zwanger te zijn, wat de hormonen met je doen, en wat er door je hoofd gaat terwijl je bevalt.”

Want net daar, in de verloskamer, mag het niet spaak lopen tussen wensouders en draagmama. Net daar hebben beide partijen bescherming nodig. Of zoals Vlaams volksvertegenwoordiger Lorin Parys (N-VA) eerder optekende: “We moeten ervoor zorgen dat we niet op een ochtend wakker worden met een krantenkop over een kind dat de dupe is omdat de politiek erbij stond en ernaar keek.”

Verschenen in De Morgen, 30 januari 2015

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: