Eline Delrue schrijft

Portretten en levensverhalen

Alles voor je kind? Of eerder voor je genen?

leave a comment »


Een Frans koppel is overleden in de hete woestijn van New Mexico. Met hun laatste water konden ze hun zoon sparen. Je eigen vel redden of dat van je kind? Moeders zullen pas echt alles op alles zetten, zeggen experts. ‘Bij vaders speelt onbewust de twijfel mee: is het wel mijn kind? Daar kan geen DNA-test tegenop.’

Eline Delrue

© Illustratie: Nina Vandeweghe

© Illustratie: Nina Vandeweghe

Een tragische ontdekking in de woestijn van New Mexico, in het zuidwesten van de Verenigde Staten. Tijdens een routinecontrole in het nationaal park White Sands stootten opzichters op het levenloze lichaam van een Franse toeriste, Ornella Steiner. Op het fototoestel dat de vrouw bij zich had, waren beelden te zien van haar man en haar zoon. De rangers zetten hun tocht

verder, waarop ze even later ook de overleden vader, David Steiner, aantroffen. Vlak naast hem lag zijn zoon Enzo, negen jaar oud. Uitgedroogd, maar nog bij bewustzijn. Hij is intussen aan de beterhand, zo citeert Le Parisien zijn grootvader. Volgens diezelfde man hebben mama Ornella en papa David hun zoon gered, met het water dat ze bij zich droegen. “Ze hebben hun laatste restjes water aan Enzo gegeven.” Maar zelf stierven ze.

Mark Nelissen (gedragsbioloog):

In een fractie van een seconde ga je onbewust afwegen: wat is het beste scenario om mijn genen door te geven? Dat ik mezelf in leven hou, mijn kind laat sterven, en later een nieuw kindje maak? Of dat ik mezelf opoffer en mijn kind red, zodat hij of zij mijn genen kan verderzetten?

Je eigen vel redden of dat van je kind? Het is zelfs geen dilemma, meent gedragsbioloog Mark Nelissen, verbonden aan de Universiteit Antwerpen. “Het gaat puur af op instinct en past helemaal in een oeroud gedragsmechanisme: dat van de drang naar voortplanting. Het is universeel. Dier of mens: we willen nakomelingen én we willen die ook in leven houden. Anders komt het voortplantingsmechanisme in gevaar en worden onze genen niet doorgegeven. Kortom: als ouders willen we niet alleen kinderen, we willen ook kleinkinderen, achterkleinkinderen… Een hele keten van onze genen.”

Spring je met volle overgave voor die wegpiraat die je dochter gaat aanrijden? Ren je als een gek je brandende huis in als je zoontje boven ligt te slapen? Het zijn doemscenario’s die weleens in het ouderlijke hoofd durven te schieten. Maar als het moment daar echt is, dan gebeurt er iets waar we geen controle over hebben. Nelissen: “In een fractie van een seconde ga je onbewust afwegen: wat is nu het beste scenario om mijn genen door te geven? Eén: dat ik mezelf in leven hou, mijn kind laat sterven, en later een nieuw kindje maak? Of twee: dat ik mezelf opoffer en mijn kind red, zodat hij of zij mijn genen kan verderzetten?”

Net hetzelfde zie je bij dieren, gaat de professor verder. Neem nu een broedende steltloper. Stel, de moeder zit op haar nest en ziet ineens een vos naderen. Strompelend zal ze het nest verlaten, om alle aandacht weg te halen van haar kleintjes, zelfs al loopt ze zo zelf gevaar. Maar stel dat ze in dat nest gewoon zit te broeden, dat de eitjes nog niet open zijn. Geen sprake van dat ze haar eigen leven dan op het spel zal zetten. Dan denkt ze gewoon aan zichzelf, en aan haar latere kans op nieuwe eitjes.

Mark Nelissen:

Is het kind wel van míj? Die vraag doet bij alle papa’s onbewust een alarm afgaan. Daar kan geen DNA-test tegenop. Het klinkt keihard, maar daarom zullen ze nooit zo voluit gaan om hun kind te redden als de moeder

“We denken allemaal o zo graag dat we alles rationeel benaderen”, gaat Mark Nelissen verder. “Velen zullen opwerpen: ‘Dat Franse koppel deed het toch gewoon uit liefde voor hun kind?’ En dat klopt ook, maar wat betekent die ‘ouderliefde’? Dat komt juist neer op de inzet die je hebt om dat kind in leven te houden, om zo stukjes van jezelf door te geven.”

Opmerkelijk: vooral moeders zetten alles op alles om hun kroost te sparen. En dat houdt steek, vindt de gedragsbioloog. “Want alleen de moeders zijn 100 procent zeker dat het kind van hen is. Voor een mannetjesdier of papa is de twijfel nooit helemaal van de baan. Zelfs bij jonge vaders blijft dat in tijden van DNA-tests nog altijd onbewust door het hoofd spoken. Zelfs al staat er zwart op wit dat het kind van hem is, toch slaat zijn brein alarm. En het klinkt keihard, maar het is zo: de doorsnee vader zal daardoor nooit zo voluit gaan als de moeder.”

Het doet denken aan het voorval met een Canadese vrouw zes jaar geleden. Verschrikt zag ze toe hoe een vervaarlijke poema haar dochtertje van drie aanviel. Zonder twijfelen en met blote handen vloog ze het roofdier aan. Het beest schrok zo hard dat moeder en kind er met een paar schrammen vanaf kwamen. Nelissen: “Maar zet daar een heldhaftig man, en die zou dat nooit doen. ‘Het is zinloos’, zal die denken. ‘Dat red je nooit.’ Maar bij moeders is die drang om hun kind te redden bijzonder groot. Als een leeuwin.”

Manu Keirse (klinisch psycholoog):

Je kind redden omdat jij het in die noodsituatie hebt gebracht: dat is niet alleen biologisch normaal, maar ook sociaal, mentaal en emotioneel. Kinderen zijn in het beste geval het product van liefde. En die liefde speelt hier hard mee

Gynaecologen zien het al van bij de kinderwens, hoe ingebakken het zit om nakomelingen te hoeden en behoeden. Maar, zo schrijft hun deontologische code voor, het leven van de vrouw staat altijd voorop op dat van het ongeboren kind. Ter info: van een ‘ongeboren kind’ is pas sprake na 25 weken zwangerschap, als de foetus in principe levensvatbaar is. “Als we de moeder kunnen redden, zullen we dat doen, ook als daardoor de foetus in gevaar komt”, duidt gynaecologe Petra De Sutter (UZ Gent). “In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij kanker, kun je beide proberen te redden. Door de foetus iets vroeger dan normaal ter wereld te brengen, en de vrouw sneller met chemo te laten starten.”

Het zijn verhalen die met de regelmaat van de klok de media halen: zwangere maar zieke vrouwen die een behandeling uitstellen tot na de bevalling, om zo hun kind te sparen. Soms ten koste van hun eigen leven. Maar het omgekeerde bestaat ook, vult professor Nelissen aan. “Denk aan het chiromeisje, jaren terug, dat haar baby vermoordde. Je ziet het nog weleens bij tienermeisjes, en het is perfect biologisch te verklaren. Onbewust maken ze de balans: ik ben nog te jong, heb geen partner, ik kan dit kind nu niet grootbrengen. Plus: deze baby verkleint mijn kansen op een echt gezin, op een later kind om mijn genen door te spelen. IJskoud lijkt het, maar dat is het verhaal erachter.”

Dan klinkt het relaas van het Franse koppel en hun zoontje bijna hartverwarmend, hoe triest ook. ‘Waar zijn we in godsnaam in terechtgekomen?’, moeten ze hebben gedacht. Maar ook, zo vertelt klinisch psycholoog Manu Keirse: “‘Waar hebben we onze jongen in meegesleurd?’ Dat zij hem met hun laatste druppels vocht wilden redden, is niet alleen biologisch normaal, maar ook sociaal, mentaal en emotioneel. Kinderen zijn niet meer de handige arbeidskrachten die ze ooit waren. Ze zijn in het beste geval het product van liefde. En die liefde speelt hier hard mee.”

Manu Keirse:

Dat je leeft, ten koste van je ouders, doet je ongetwijfeld schuldig voelen. En dat moet je van je af kunnen praten. Want opgekropte schuldgevoelens zijn levensgevaarlijk

Het moet wat doen met een mens. Dat idee: mijn laatste uur is geslagen, wie zal er nu voor hem zorgen? “Al zijn we van alle dieren sociaal het verst gevorderd”, vertelt professor Nelissen. “We hebben een netwerk. Dat maakt dat je in die onbewuste fractie van een seconde ook hoopt: misschien kunnen de grootouders, tantes of hulpverleners voor hem zorgen? En dat je daar dan vrede mee neemt.”

Dat je als kind verweesd achterblijft, lijdt geen twijfel. Je leeft, ten koste van je ouders. “Die jongen zal zich enorm schuldig voelen”, meent Keirse. “Dat is ook een volstrekt normale reactie na het overlijden van een dierbare. Niet alleen kinderen hebben dat, ook volwassenen. Na de busramp in Sierre, bijvoorbeeld, kwamen veel ouders met de vraag: ‘Ik voel me zo schuldig. Is dat wel normaal?’ Want al hun naasten weerlegden dat natuurlijk: ‘Maar je bent toch niet schuldig, je kunt er toch niks aan doen dat een bus tegen een tunnel rijdt.’ En inderdaad, ze zijn niet schuldig. Maar ze mogen zich wel zo voelen, want dat gevoel heeft alles te maken met liefde.”

Het van je af praten, dat is de enige pil. Alleen zo, door het honderd keren te herhalen, krijg je die schuldgevoelens uit je lijf geschud. Keirse: “Laat die Franse jongen dus uitspreken als hij zegt dat hij zich schuldig voelt. Want opgekropte schuldgevoelens zijn levensgevaarlijk. Zo was er een jongetje van zes dat in de Ardennen een huis in brand stak: zijn twee vriendjes kwamen om in de vlammen. Toen de politie hem aansprak, was het eerste wat hij zei: ‘En ik heb mijn papa een jaar geleden ook al dood gedaan.’ Zijn vader was gestorven aan kanker, en al die tijd had die jongen zich schuldig gevoeld aan zijn dood. Alleen, hij kon het nooit uiten. Dan ontplof je.”

Uit: De Morgen, 10 augustus 2015

Advertenties

Written by Eline Delrue

10 augustus 2015 bij 12:19 pm

Geplaatst in Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: