Eline Delrue schrijft

Portretten en levensverhalen

‘Ik maak weer een kans’

leave a comment »


IN HET SPOOR VAN ELAINE, OP NACONTROLE BIJ DE ONCOLOOG

De Stichting tegen Kanker hoopt in meer testamenten op te duiken. Met haar jongste campagne zet ze daarom de mooiste momenten van patiënten in de verf. Dit is het moment van Elaine. ‘Het duiveltje is naar achteren gedrongen.’

Eline Delrue

Foto: Jef Boes

Dat ze deze ochtend uitgebreid in bad is gegaan, vertelt Elaine (57). “Als reinigingsritueel.” Terwijl ze het zegt, danst haar lepel in haar kop koffie. Ze wilde nog even een frisse neus halen, op het buitenterrasje van het ziekenhuis. Straks wacht haar de controle bij de oncoloog, dat halfjaarlijkse moment van de waarheid. “Elke ochtend voor zo’n controle heb ik dat bad nodig: alsof ik mijn lichaam helemaal wil zuiveren. Zelfs al heb ik de avond ervoor mijn haar gewassen, dan zal ik dat ’s morgens gewoon opnieuw doen. Heel even alle ballast eraf. Om de angsten te verdrijven. Om er niet aan toe te geven. Want ergens zit het woordje ‘kanker’ constant in je hoofd te prikken. Dat is nooit ver weg.”

Ze voelde zich gepakt op haar sterkste plek toen ze in de zomer van 2012 de diagnose kreeg: baarmoederhalskanker. Elaine: “Kanker, dat had ik nooit aan mezelf gelinkt. En dan nog aan de baarmoeder. Ik, een moeder van vijf kinderen. Vijf vlotte bevallingen, het was iets om trots op te zijn. Niet dat ik vond dat ik boven die ziekte stond – ik had al twee goede vriendinnen moeten afgeven aan kanker. Maar ik heb altijd een nogal onverwoestbaar gestel gehad. Tot die kanker kwam.”

Toen veranderde alles, zweert ze. “Ik was al afscheid aan het nemen. Mijn hoofd schoot alle kanten uit. In één week tijd heb ik toen de hele kelder gesorteerd en acht grote vuilnisbakken buiten gezet. Ik had werkelijk alle kinderspullen bijgehouden: foto’s, schoolagenda’s, tekeningen, oude filmrolletjes. Ik wilde hen duidelijk maken dat mama enkel datgene had bewaard wat echt belangrijk was. En dus was ik orde beginnen te scheppen. Nu hebben ze alle vijf één doos vol gerief, vroeger hadden ze elk vier bananendozen vol.” (nerveus lachje)

Elaine:

Horen dat ik kankervrij ben: die bevestiging heb ik nu nog meer nodig dan vroeger. Stel je voor dat ik vlak voor de eindmeet alsnog word ingehaald. Daar heb ik schrik voor, ja.

Ze roert in haar mok, terwijl ze vertelt hoe drastisch de chemo en bestralingen in haar lijf binnenkwamen. Hoeveel er is vernietigd in de hoop te genezen. Het maakt dat ze ook sneller in paniek slaat, vertelt Elaine. “Krijg ik buikkrampen, dan denk ik: dat zal toch geen darmkanker zijn? Zie ik een nieuw vlekje op mijn vel, dan word ik al ongemakkelijk: stel dat het huidkanker is? Vroeger had ik die angsten niet. Dat is echt een groot verschil: het leven voor en na de kanker.”

Vijf jaar lang moeten kankerpatiënten op nacontrole: eerst om de drie maanden, daarna om het halfjaar. Voor Elaine is het nu het vierde jaar, nooit werd er een kankercel teruggevonden. Het maakt de stress er niet minder om – zie dat lepeltje maar rondjes draaien. “Die bevestiging – de kanker is weg – is nu nog meer dan vroeger nodig. Stel je voor dat je vlak voor de eindmeet alsnog wordt ingehaald. Daar ben ik bang voor, ja.”
Ze lacht een beetje vergoelijkend als ze eraan terugdenkt hoe ze gisterenavond, tijdens ons eerste telefoontje, al meteen zo’n “zwaar verhaal” neerzette. Rustig een boek lezen was er ook weer niet bij, zegt ze nog. Typisch aan de vooravond van zo’n Grote Controle. “Die afspraak bij de oncoloog legt zoveel gewicht op je, dan moet je wel op zoek naar afleiding. Iets op televisie volgen zit er dan niet in. Onmogelijk. Dan dwalen je gedachten toch weer af. Dus heb ik de kussens van de tuinstoelen zitten naaien. Met de hand, niet met de machine. Om het bewust steek per steek te moeten doen. Tweeënhalf uur lang.”
Die rusteloosheid zit er nog in als haar zus haar komt wegplukken van het terras: de oncoloog wacht, de koffie is koud.
Elaine verdwijnt in de dokterskamer, samen met haar zus. Fotograaf Jef Boes volgt. Voor het project Goed Nieuws, een samenwerking met de Stichting tegen Kanker, portretteert hij patiënten die op nacontrole gaan. Op hun ‘exacte moment’, het moment waarop ze te horen krijgen dat ze kankervrij zijn, of dat het de goede richting uitgaat. Op die manier wil de Stichting tegen Kanker ons het resultaat tonen van jarenlang wetenschappelijk onderzoek, en wat dat met een mens doet. Onderzoek dat alleen maar mogelijk is met de steun van het publiek, zo luidt het.

De oncoloog buigt naar voren. Dít is het moment, haar moment. De fotograaf drukt af en vat de glinster in Elaines oog. Een kwartier later wandelt ze naar buiten, op haar jeansbroek heeft ze twee natte plekken. “Kankervrij”, kreeg ze te horen. De tranen die ze nu uit haar ogen wrijft, zijn van opluchting.

Elaine:

Het is niet genoeg dat de dokter zegt dat je genezen bent. Je moet het ook zelf geloven en kunnen afsluiten in je hoofd. Daar ben ik nieuwsgierig naar: of ik dat ooit ga kunnen

 

“Ik maak weer een kans”, verzucht ze. “Dat gevoel heb ik nu. Het duiveltje in mijn hoofd is naar achteren gedrongen, zijn stemmetje is niet meer zo hoorbaar. Ik heb nieuwe energie om terug te slaan. Opgepompte moed om al die andere onderzoeken te ondergaan. Het wordt een straatje met een einde. Ongelooflijk.”

Haar ogen gloeien als kooltjes als ze het zegt: “Die krampen in mijn buik, die vlekjes op mijn huid: het zijn gevolgen van de bestraling, maar het is geen kanker. Je kunt je niet voorstellen wat voor een opluchting dat is.”

Wie weet wordt ze wel nog oma, zo zit ze even later weg te dromen, met haar handen om een verse kop koffie geslagen. “Het klinkt misschien belachelijk, maar ik hoop zo hard op rosse haartjes bij het nageslacht. (lacht uitbundig) Zelf wilde ik dolgraag een kind met rode haren. Maar nee hoor. Vier jongens en één meisje, allemaal zwart. O, wat heb ik nog veel om naar uit te kijken.”

Dat ze haar kelder voor niets heeft opgeruimd, giechelt ze nog, na een gulzige slok. En dat ze die bananendozen nu wel even uit haar hoofd mag zetten. Want waarom terugblikken als je weer vooruit durft te kijken? “Ai ai, Elaine”, roept ze zichzelf tot de orde. “Zoiets mag ik niet te veel denken. Ik mag nu niet berusten. Straks val ik nog door de mand. Kijk, zo gaat dat dus voortdurend met kanker.”

Haar koffie is op, haar jeansbroek droog. We ruilen het ziekenhuis in voor een zonnig terras enkele kilometers verderop. Mag wel, na zo’n ‘goed nieuws’, om het met de woorden van de Stichting tegen Kanker te zeggen. Voelde het ook zo voor haar, als een ‘exact moment’? Elaine aarzelt: “Eigenlijk moet ik dan weer een halfjaar verder kijken. Want dan komt er weer zo’n controle aan. Hét moment zal pas volgend jaar zijn, na vijf jaar, en op voorwaarde dat ik het zelf geloof. Want het is niet genoeg dat de dokter zegt dat je genezen bent. Je moet het ook geloven en hier kunnen afsluiten. (tikt op haar hoofd) Daar ben ik wel nieuwsgierig naar, of ik dat ooit ga kunnen.”

Uit De Morgen, 22 oktober 2016

Advertenties

Written by Eline Delrue

28 oktober 2016 bij 1:20 pm

Geplaatst in Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: